Op weg naar huis/On our way home

 

Die schoot zit wel goed geloof ik/ That lap is ok I think.

 

Wow wie is dat monster?/Wow who is that creature?

 

Hallo wie ben jij?/ Hello who are you?

 

Ik heb niks gedaan, waarom doe je zo boos?

I haven't done anything, why are you so angry with me?

 

Aha, hier kan ik naar boven/Aha, here I can upstairs

 

Jij bent wel groot zeg!!!/You are a big guy!!!!

 

Droppie: Kom eens naar beneden Onora, hij is niet eng!

Droppie: Come downstairs Onora, he isn't scary at all!

 

Cliff: Ik ga een tukkie doen bij Ayla, zij lijkt het meest op mijn moeder. Ze is zo lekker groot.

Cliff: I'm taking a nap. Ayla looks the most like my mother, she is so big.