De Noorse Boskat

Pans Truls: het prototype van de Noorse Boskat, NFO n 09 23, brown Mackerel Tabby & White Male.

In de Noorse sagen en legenden kom je de Noorse Boskat al tegen als de kat, die de strijdwagen van de godin Freya voortrekt. De vikingen bonden tijdens gevechten hun eigen Noorse Boskat op hun schouder; als tegenstanders te dicht bij kwamen, raakten ze door de scherpe klauwen van de kat hun ogen kwijt. In de Noorse sprookjes van zo'n 100 jaar geleden is er sprake van de "Trollenkat", een wilde, in het bos levende halflangharige kat.

Niemand weet precies hoe deze mooie kat is ontstaan; het is in ieder geval zeker, dat de Noorse Boskat niets te maken heeft met de Europese wilde kat of de Pers. Waarschijnlijk stamt de Noorse Boskat af van de katten die door de vikingen werden meegenomen van hun tochten naar het Middellandse Zee-gebied. In de loop der eeuwen pasten de dieren zich aan het ruwe Scandinavische klimaat aan. Al voor de Tweede Wereldoorlog werd dit unieke ras ontdekt.

Kattenliefhebbers begonnen omstreeks 1910 met het fokken van de kat, die nu nog steeds in de Scandinavische bossen te vinden is. De eerste boskat werd in 1912 geshowd. Velen kennen misschien ook de Noorse Boskat kater Sølvfaks uit het gelijknamige kinderboek van Gabriel Scott.

Als gevolg van de oorlog werd er pas in 1969 weer een Noorse Boskat in Noorwegen op show tentoongesteld. In 1977 werd het ras officieel erkend.

In Noorwegen heeft de organisatie voor boskatbezitters, de "Norsk Skogkattring", zich ten doel gesteld om door middel van geselecteerde fok met "superkatten"de kwaliteit van de Noorse Boskat te perfectioneren. De Noorse Boskat valt op door zijn wilde uiterlijk. Je kunt je voorstelllen dat deze kat loopt in een woeste, bosrijke omgeving, met zijn krachtige lichaam, robuuste kop en lange, bossige staart.

Het karakte van de Noorse Boskat is helemaal niet wild. Integendeel: het is een bijzonder huiselijke kat, opvallend zacht van karakter, vriendelijk, aanhalig en bijzonder speels. De kat is ook erg gemakkelijk te onderhouden: in tegenstelling tot de langharen heeft deze halflanghaarkat bijna geen onderhoud nodig. Zo af en toe de vacht even borstelen of kammen is al voldoende.